Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2011:BT7188
2011-12-09
Civiel recht
11/02492
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BT7188 → ECLI:NL:PHR:2011:BT7188
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Cassatie tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van eerdere beslissing wat betreft daarin uitgesproken veroordeling tot ontruiming.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.672 tekens)
11/02492
mr. J. Spier
Zitting 7 oktober 2011 (bij vervroeging)
Verkorte conclusie inzake
[Eiseres]
tegen
[Verweerder]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Haagse Hof waarbij het arrest van datzelfde Hof, waartegen het middel in de zaak met rolnummer 10/005433 zich kant, uitvoerbaar bij voorraard is verklaard. Het beroep is tijdig ingesteld.
2. Blijkens de s.t. van de cassatiebezorger onder 1.7 heeft de ontruiming inmiddels plaatsgevonden.
3. De kernklacht voert, naar ik (uit de s.t. onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit categorisch blijkt uit het onderstreepte woordje "kunnen" in onderdeel 3. Deze zo algemene stelling berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting; zie T&C Burgerlijk Wetboek, Boeken 6, 7 en 8 (Huydecoper) art. 7:272 aant. 3. Het middel behelst niet de klacht dat in casu voor zodanige uitvoerbaar verklaring bij voorraard geen plaats was, noch ook dat het Hof zijn oordeel niet (toereikend) heeft gemotiveerd.
4. Onderdeel 7 betoogt dat geen termijn kon worden vastgesteld die al was verstreken. Die klacht mist belang omdat de ontruiming volgens de eigen stellingen van [eiseres] inmiddels heeft plaatsgevonden na het wijzen van het thans bestreden arrest, terwijl aan 's Hofs veroordeling geen dwangsom is verbonden.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
mr. J. Spier
Zitting 7 oktober 2011 (bij vervroeging)
Verkorte conclusie inzake
[Eiseres]
tegen
[Verweerder]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Haagse Hof waarbij het arrest van datzelfde Hof, waartegen het middel in de zaak met rolnummer 10/005433 zich kant, uitvoerbaar bij voorraard is verklaard. Het beroep is tijdig ingesteld.
2. Blijkens de s.t. van de cassatiebezorger onder 1.7 heeft de ontruiming inmiddels plaatsgevonden.
3. De kernklacht voert, naar ik (uit de s.t. onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit categorisch blijkt uit het onderstreepte woordje "kunnen" in onderdeel 3. Deze zo algemene stelling berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting; zie T&C Burgerlijk Wetboek, Boeken 6, 7 en 8 (Huydecoper) art. 7:272 aant. 3. Het middel behelst niet de klacht dat in casu voor zodanige uitvoerbaar verklaring bij voorraard geen plaats was, noch ook dat het Hof zijn oordeel niet (toereikend) heeft gemotiveerd.
4. Onderdeel 7 betoogt dat geen termijn kon worden vastgesteld die al was verstreken. Die klacht mist belang omdat de ontruiming volgens de eigen stellingen van [eiseres] inmiddels heeft plaatsgevonden na het wijzen van het thans bestreden arrest, terwijl aan 's Hofs veroordeling geen dwangsom is verbonden.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal