Huurrecht. Vordering tot beëindiging van huur op de voet van art. 7:272 lid 2 BW. Voorgenomen uitvoering bouw- en renovatieplan grond voor dringend eigen gebruik ex 7:264 lid 1 onder c BW? Structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten kan oordeel rechtvaar
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:272 BW
Genoemd in 329 uitspraken · Officiële wettekst
329 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Permanent bewoonde recreatiechalets. Huur van onbebouwde onroerende zaak; wettelijek bepalingen inzake huur van woonruimte rechtstreeks noch analoog van toepassing. Opzeggnig huurovereenkomst door de verhuurder stuit jegens deze huurder - die het chalet van meet af aan permanent
artikel 15 en 16 Leegstandwet. Vraag of huurder een beroep kan doen op huurbescherming
Artikel 7:268 BW. Vonnis ten onrechte uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Schorsing vonnis. NJ 1982, 445 en NJ 1996, 655. Geen misbruik van recht gesteld.
Tweebosbuurt Rotterdam. Dringend eigen gebruik huurwoning in verband met sloop en renovatie. Rol van stedenbouwkundige ontwikkelingen. Geen schending van artikel 8 EVRM. Veroordeling tot ontruiming uitvoerbaar bij voorraad.
kort geding in een huurzaak over de schorsing van de executie van een verstekvonnis (ontruiming). Is door de toetsing in de verstekprocedure ex artikel 139 Rv een belangenafweging gemaakt als bedoeld in artikel 6:265 BW?
Huur woonruimte. Kwalificatie anti-kraakovereenkomst als huurovereenkomst wegens hoogte financiële tegenprestatie. Opzegging wegens dringend eigen gebruik bestaande in voornemen tot vernieuwbouw tot shortstayappartementen. Beroep op huurbescherming niet onaanvaardbaar. Vordering
Huurzaak. Woonruimte. Permanente verhuur van een stacaravan die nabij de woning van de verhuurder staat. Opzegging van die huurovereenkomst op de grond van slecht huurderschap dan wel hospitaverhuur slaagt niet. Beroep op huurbescherming door huurders faalt echter, omdat een zoda
A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of de vermogensrendementsheffing in strijd is met het recht op eigendom (art. 1 EP EVRM). Klachten onder meer over onrendabel vermogen en geluidsproblemen tijdens de zitting. Aan belanghebbende is aanslag IB/PVV 2015 opgelegd naar
Verhuur voor bepaalde tijd van woning in duurdere woonsegment. In huurovereenkomst is zogeheten diplomatenclausule opgenomen. Verhuurder zegt huurovereenkomst tweemaal tussentijds op. In de eerste opzegging is geen opzeggingsgrond genoemd. In de tweede opzegging wordt als reden o
Huurrecht. Opzegging overeenkomst tot huur van bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik; in aanmerking te nemen omstandigheden bij toepassing van art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b, BW.
In dit kort geding vordert een gemeente als verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. Volgens de gemeente heeft de huurder geen recht meer om in de woning te verblijven, omdat de huur is geëindigd door het aflopen van de bepaalde tijd daarvan. De
Kort geding. Huur. Vordering ontruiming huurwoning op grond van eigen gebruik (artikel 7:274 BW). Sociale huurwoning is tegen betaling aan een derde in gebruik gegeven. Kwalificatie overeenkomst. Er is sprake van een onderhuurovereenkomst (artikel 7:201 BW). Er is sprake van drin
dringend eigen gebruik
Huur woning. Geen huurverhogingsclausule in huurovereenkomst. Weigering huurder om jaren later in te stemmen met huurverhoging. Wet maximering huurprijs. Tekst van de wet is uitgangspunt. In beginsel geen ruimte om de wet opzij te zetten met een beroep op de bedoeling ervan. Huu
Huur woonruimte. Artikel 7:272 lid 2 BW. Geen sprake van de opzeggingsgrond 'dringend eigen gebruik' (artikel 7:274 lid 1 sub c BW). In reconventie herstel van gebreken, huurprijsvermindering (artikel 7:207 lid 1 BW jo. artikel 7:257 lid 1 BW) en terugbetaling van een deel van de
Rechtsgeldige opzegging huurovereenkomst bedrijfswoning? Uitleg ‘bedrijfswoning’. Bestaat er een noodzaak om de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan, omdat de ontwikkeling van de gemeente daartoe noopt (artikel 7:274, eerste lid, onder e, BW)?
Kort geding. Ontruiming huurwoning wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:274 lid 1 sub c BW.
Permanente bewoning recreatiewoning. Artikel 7:274 lid 1 sub e BW.
Huur woonruimte. Geliberaliseerde huur. Geldt de met de overleden huurder afgesproken vaste huurprijs ook voor diens weduwe? Artikel 7:274 lid 1 sub d BW. Huurbescherming echtgenoot/medehuurder.
Afwijking nieuw art. 7:274 lid 1sub d BW op basis waarvan het niet meer mogelijk is om een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst toe te wijzen na afwijzing van een redelijk aanbod huurprijswijziging. Huurovereenkomst zonder verhogingsbeding
nakoming van de huurovereenkomst, nu de toegang tot de woning is ontzegt. Hospita regeling in combinatie met bepaalde tijd contract. Belangenafweging in kort geding
Enkel een stedenbouwkundig motief zonder bijkomende omstandigheden is niet op zich zelf een grond voor dringend eigen gebruik. Er zijn geen motieven van financiële of bouwkundige aard aan de vordering ten grondslag gelegd. Het sociaal maatschappelijke motief dat Vestia naar voren
Appelprocesrecht. Aan grieven te stellen eisen; uitleg grieven. Is grief tegen passeren bewijsaanbod tevens grief tegen verwerping van de stelling ter onderbouwing waarvan het te bewijzen aangeboden feit diende?
vordering tot beëindiging van een huurovereenkomst met betrekking tot woonruimte op grond van dringend eigen gebruik.