Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BM2501
2010-06-15
Strafrecht
08/04503
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BM2501 → ECLI:NL:PHR:2010:BM2501
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.297 tekens)
Nr. 08/04503
Mr. Knigge
Zitting: 13 april 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 1 april 2008 met parketnummer 23-005806-04.
2. Tegen deze uitspraak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 08/01814, 08/01815P, 08/01818, 08/04504P, 08/04506P en 08/04503. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. De aanzegging als bedoeld in artikel 435 Sv is op 6 november 2008 betekend. De in het tweede lid van artikel 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 05 januari 2009. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Knigge
Zitting: 13 april 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 1 april 2008 met parketnummer 23-005806-04.
2. Tegen deze uitspraak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 08/01814, 08/01815P, 08/01818, 08/04504P, 08/04506P en 08/04503. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. De aanzegging als bedoeld in artikel 435 Sv is op 6 november 2008 betekend. De in het tweede lid van artikel 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 05 januari 2009. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG