Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BK3428
2010-01-19
Strafrecht
07/13420 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BK3428 → ECLI:NL:PHR:2010:BK3428
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie voorgesteld. Derhalve is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 jo. art. 511h Sv, zodat betrokkene niet in het beroep kan worden ontvangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.163 tekens)
Nr. 07/13420 P
Mr. Vellinga
Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[veroordeelde=betrokkene]
1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Vellinga
Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[veroordeelde=betrokkene]
1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG