Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2009:BI3557
2009-03-03
Strafrecht
07/13467 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BI3557 → ECLI:NL:PHR:2009:BI3557
Inhoudsindicatie
Schending redelijke termijn (inzendtermijn). De compensatie, tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in de hoofdzaak, zodat aan de termijnoverschrijding in de onderhavige ontnemingszaak niet enig rechtsgevolg wordt verbonden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.530 tekens)
Nr. S 07/13467 P
Mr Jörg
Zitting 3 maart 2009
Conclusie inzake:
[Betrokkene = verzoeker]
1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 28.720,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 23 oktober 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 25 juni 2008 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn met twee dagen is overschreden. De Hoge Raad kan volstaan met deze constatering (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).
5. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot het constateren dat de redelijke termijn voor de inzending der stukken met twee dagen is overschreden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze zaak hangt samen met de hoofdzaken met griffienummers 07/13466, 08/01415 en 08/02756 en met de ontnemingszaak met griffienummer 08/02758P waarin ik heden eveneens concludeer.
Mr Jörg
Zitting 3 maart 2009
Conclusie inzake:
[Betrokkene = verzoeker]
1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 28.720,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 23 oktober 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 25 juni 2008 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn met twee dagen is overschreden. De Hoge Raad kan volstaan met deze constatering (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).
5. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot het constateren dat de redelijke termijn voor de inzending der stukken met twee dagen is overschreden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze zaak hangt samen met de hoofdzaken met griffienummers 07/13466, 08/01415 en 08/02756 en met de ontnemingszaak met griffienummer 08/02758P waarin ik heden eveneens concludeer.