Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2004:AO4100
2004-05-11
Strafrecht
00459/03 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2004:AO4100 → ECLI:NL:PHR:2004:AO4100
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.173 tekens)
Griffienr. 00459/03 P
Mr. Wortel
Zitting:17 februari 2004
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting is opgelegd aan de Staat te betalen een bedrag van € 54.776,72, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door honderddertig dagen hechtenis.
2. Bij arrest van gelijke datum heeft het Hof verzoeker in de onderliggende strafzaak tot straf veroordeeld. Ook tegen dat arrest is cassatieberoep ingesteld. Inzake dat cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 00458/03, concludeer ik heden eveneens.
3. Er is niet binnen de wettelijke termijn door een advocaat een schriftuur ingediend houdende namens verzoeker voorgestelde cassatiemiddelen. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv kan verzoeker in dit beroep daarom niet worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Mr. Wortel
Zitting:17 februari 2004
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting is opgelegd aan de Staat te betalen een bedrag van € 54.776,72, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door honderddertig dagen hechtenis.
2. Bij arrest van gelijke datum heeft het Hof verzoeker in de onderliggende strafzaak tot straf veroordeeld. Ook tegen dat arrest is cassatieberoep ingesteld. Inzake dat cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 00458/03, concludeer ik heden eveneens.
3. Er is niet binnen de wettelijke termijn door een advocaat een schriftuur ingediend houdende namens verzoeker voorgestelde cassatiemiddelen. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv kan verzoeker in dit beroep daarom niet worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,