Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:1999:32

1999-06-01 Strafrecht 110.821
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
1999-06-01
Publicatiedatum
2026-02-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
110.821
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.988 tekens)
Nr. 110.821
Zitting: 1 juni 1999



Mr Machielse

Conclusie inzake:


[verzoeker]





Edelhoogachtbaar College,


1. Bij vonnis van 29 april 1997 is verzoeker door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam ter zake van - kort samengevat - een WAM-overtreding bij verstek veroordeeld tot een geldboete van f 600, - subsidiair twaalf dagen hechtenis.

2. Door of namens verzoeker zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.


3.1. Ambtshalve wil ik kort de aandacht vestigen op het in de bestreden beslissing besloten liggende oordeel van de rechtbank dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend.

(i) Blijkens de appelakte heeft verzoeker op 20 december 1996 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg, waarbij verzoeker als zijn aders heeft opgegeven: " [a-straat 1] te [plaats] " ;

(ii) Blijkens de akte van uitreiking is de appeldagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 april 1997 op 11 februari 1997 aangeboden aan de [a-straat 1 - 3rd verdieping] te [plaats] , alwaar de dagvaarding niet kon worden uitgereikt omdat op dat adres niemand werd aangetroffen, met achterlating van een bericht van aankomst met vermelding dat het bericht kan worden afgehaald op het desbetreffende postkantoor.
(iii) Vervolgens is de appeldagvaarding voor de genoemde terechtzitting blijkens de akte van uitreiking op het desbetreffende postkantoor op 12 februari 1997 uitgereikt aan de broer van verzoeker, die verklaarde daartoe mondeling te zijn gemachtigd. De akte maakt gewag van een "RBW" -nummer, dat klaarblijkelijk ziet op het nummer van het rijbewijs waarmee verzoekers broer zich toen heeft gelegitimeerd.
(iii) Uit de aanzegging ingevolge art. 437, eerste lid, Sv blijkt dat verzoeker ten tijde van de uitreiking van de appeldagvaarding - dus op 12 februari 1997 - met onbekende bestemming naar het buitenland was vertrokken, en derhalve op het moment van uitreiking niet was ingeschreven op enig GBA - adres.



3.2. Ingevolge het bepaalde in art. 588, eerste lid onder b, 2° Sv jº art. 588, derde lid onder bº komt het mij voor dat de appeldagvaarding - zonder meer - rechtsgeldig is betekend. Het enkele feit dat verzoeker op het moment van uitreiking van de appeldagvaarding aan de door hem mondeling gemachtigde niet over een GBA-adres beschikte, doet daaraan niet af.
Ten overvloede merk ik op dat het ontbreken van een bericht van aankomst bij de stukken, geen nietigheid van de dagvaarding meebrengt. Overigens komt mij voor dat uit het feit dat broer de appeldagvaarding de eerstvolgende dag na de dag van aanbieding bij het desbetreffende postkantoor heeft opgehaald, kan worden opgemaakt dat - hoewel zulks niet uit de stukken kan blijken - wel degelijk een bericht van aankomst is achtergelaten. Terzijde merk ik bovendien nog op dat een bericht waaruit zou kunnen blijken dat verzoekers broer op enigerlei wijze - schriftelijk - ervan gewag heeft gemaakt mondeling te zijn gemachtigd door verzoeker, niets - wezenlijks - toevoegt aan de mondelinge mededeling van die machtiging: het is en blijft ook dan namelijk slechts een (schriftelijke) mededeling van de mondeling gemachtigde.



3.3. Kortom: het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van de rechtbank dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend is juist. Die betekening behoefde op grond van de hiervoor weergegeven wettelijke bepalingen in mijn ogen geen nader onderzoek.


4. Nu ik ambtshalve geen gronden tot cassatie heb aangetroffen, concludeer ik tot verwerping van het beroep.


De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,


Een helder overzichtsartikel omtrent de betekening van gerechtelijke mededelingen is terug te vinden in het artikel van H.H.J. Knol, De betekening in strafzaken, De huidige stand van zaken, Trema, nr 9 (november), 1998, p. 267-261.


HR DD 93.306.