Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

ECLI:NL:OGEAC:2023:8

2023-01-09 Bestuursrecht; Belastingrecht CUR202102377
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Uitspraakdatum
2023-01-09
Publicatiedatum
2023-01-31
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
CUR202102377
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | CFN 2023/07 met annotatie van -

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is een psychiatrische inrichting. Belanghebbende ontvangt van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vergoedingen voor de geleverde zorg aan patiënten. De Inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard in haar bezwaren. Belanghebbende heeft betoogd dat hij de belastingaanslagen eind maart 2020, dus na de dagtekening, heeft ontvangen. De Inspecteur heeft, tegenover de betwisting van belanghebbende, de tijdige verzending van de belastingaanslagen, niet aannemelijk gemaakt. Dat heeft tot gevolg dat de bezwaartermijn pas aanvangt op de dag van de ontvangst van de aanslagbiljetten door de belanghebbende, dat is eind maart 2020. De bezwaarschriften zouden dan uiterlijk eind mei 2020 ingediend moeten zijn. De bezwaarschriften zijn echter op 30 september 2020 ingediend. Dat is buiten de termijn van twee maanden. De bezwaren zijn daarom niet- ontvankelijk. De beroepen zijn ongegrond.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.335 tekens)
Uitspraak van 9 januari 2023
BBZ nr. CUR202102377



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO




UITSPRAAK



op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:





[Belanghebbende]
, gevestigd in Curaçao,
belanghebbende,



gericht tegen:




DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.






1PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 19 december 2019 de volgende naheffingsaanslagen premies AOV/AWW over de maanden januari tot en met december 2014 opgelegd.










Maand




Verschuldigde premie
(in NAf)




Boete
(in NAf)





Januari


57.704


8.655




Februari


57.643


8.646




Maart


52.342


7.851




April


59.948


8.992




Mei


171.579


25.736




Juni


64.271


9.640




Juli


60.389


9.058




Augustus


63.345


9.501




September


59.835


8.975




Oktober


57.879


8.681




November


52.517


7.877




December


96.172


14.425









1.2
Belanghebbende heeft op 30 september 2020 tegen de naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt.



1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 9 augustus 2021 belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard in haar bezwaren.



1.4
Belanghebbende heeft op 27 augustus 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.



1.5
De Inspecteur heeft op 23 juni 2022 een verweerschrift ingediend.



1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2022 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen [A]. Registercontroller (Financieel Manager) en [B] (Raad van Bestuur). Namens de Inspecteur is, [C] verschenen. De rechter heeft het onderzoek niet gesloten, maar heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken na de zitting bewijsstukken over de datum van ontvangst van de naheffingsaanslagen te overleggen. Dit is niet gebeurd.



1.7
Op 8 november heeft het Gerecht aan belanghebbende bericht dat de rechter het onderzoek heeft gesloten en dat uitspraak zal worden gedaan.





2FEITEN

2.1
Belanghebbende is een psychiatrische inrichting. Belanghebbende ontvangt van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vergoedingen voor de geleverde zorg aan patiënten.



2.2

Belanghebbende heeft per 31 december 2017 een bedrag van NAf 9.490.907,68 aan openstaande schulden van onder andere premies AOV/AWW bij de SVB/Ontvanger. Op 11 januari 2018 hebben belanghebbende, de Ontvanger en de SVB een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin partijen zijn overeengekomen dat de openstaande schulden van belanghebbende verrekend zullen worden met de vorderingen van belanghebbende op de SVB. In de vaststellingsovereenkomst is tussen partijen, voor zoverre relevant, het volgende overeengekomen.
(…)
Komen als volgt overeen:




De SVB/Ontvanger Curaçao zal per datum van de ondertekening van deze vaststellingsovereenkomst, de openstaande premies van [Q] per 31 december 2017 zijn NAf 9.490.907,68 verrekenen met de vordering volgens de [Q] op de SVB/Ontvanger Curaçao zijnde NAf 8.996.286.


Op het moment van de verrekening conform artikel 1 van deze vaststellingsovereenkomst , zal de SVB/Ontvanger Curaçao het restant bedrag, zijn NAf 494.621.68 niet inbaar stellen.


(…) Partijen zullen terzake over en weer niets meer van elkaar hebben te vorderen voor de periode tot en met 31 december 2017. (…).


(…)



2.3
Belanghebbende heeft over het jaar 2014 voor de loonheffingen geen maandelijkse aangiften gedaan. Aan belanghebbende zijn voor de maanden januari tot en met december – voor zover van belang - taxatieve naheffingsaanslagen premies AOV/AWW met verzuimboetes opgelegd. De naheffingsaanslagen zijn opgelegd in de jaren 2014 en 2015.



2.4
Belanghebbende heeft op 15 februari 2016 voor deze maanden alsnog aangifte gedaan. De aangegeven bedragen aan premies AOV/AWW zijn telkens hoger dan de bedragen van de opgelegde naheffingsaanslagen.



2.5
De Inspecteur heeft op 19 december 2019 naheffingsaanslagen premies AOV/AWW opgelegd voor het verschil tussen door belanghebbende aangegeven premies AOV/AWW en de reeds opgelegde taxatieve naheffingsaanslagen. Belanghebbende is op 30 september 2020 tegen deze naheffingsaanslagen in bezwaar gekomen.



2.6
De Inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard in haar bezwaren.





3OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar

3.1
In artikel 29, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.



3.2
De onderhavige aanslagbiljetten hebben als dagtekening 19 december 2019. De bezwaarschriften zijn op 30 september 2020 ingediend, dat is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden.



3.3
Belanghebbende heeft betoogd dat hij de belastingaanslagen eind maart 2020, dus na de dagtekening, heeft ontvangen. Hierin ligt de betwisting van de tijdige verzending van de aanslagbiljetten besloten (HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102). Dit betekent dat aangenomen moet worden dat belanghebbende heeft betwist dat de Inspecteur de aanslagbiljetten tijdig naar hem heeft verzonden, ook zonder dat zij expliciet melding maakt van die stelling. In dat geval moet de Inspecteur bewijzen dat de belastingaanslagen wel tijdig en rechtsgeldig aan belanghebbende zijn verstuurd (vgl. HR 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB8440; GEA Aruba 15 juni 2018, ECLI:NL:OGEAA:2018:361).



3.4
Als regel geldt dat indien de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, de bezwaartermijn pas aanvangt op de dag van de ontvangst van het aanslagbiljet of van een afschrift daarvan (vgl. HR 15 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5141).



3.5
De Inspecteur heeft, tegenover de betwisting van belanghebbende, de tijdige verzending van de belastingaanslagen, niet aannemelijk gemaakt. Dat heeft tot gevolg dat de bezwaartermijn pas aanvangt op de dag van de ontvangst van de aanslagbiljetten door de belanghebbende, dat is eind maart 2020. De bezwaarschriften zouden dan uiterlijk eind mei 2020 ingediend moeten zijn. De bezwaarschriften zijn echter op 30 september 2020 ingediend. Dat is buiten de termijn van twee maanden. De bezwaren zijn daarom niet- ontvankelijk. De beroepen zijn ongegrond.





4PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.




5DE BESLISSING
Het Gerecht:

- verklaart de beroepen tegen de naheffingsaanslagen over de maanden januari tot en met december 2014 ongegrond.


Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 9 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.



De griffier, De rechter,





Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.




HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)


Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18


Willemstad


Curaçao




U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).


Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

[email protected].



Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500