Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
ECLI:NL:OGEAA:2019:463
2019-06-18
Civiel recht
AUA201802732 EJ
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
ondertoezichtstelling minderjarigen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.052 tekens)
Beschikking van 18 juni 2019
behorend bij zaak met nr. AUA201802732 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarigen:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
Belanghebbenden:
[de moeder], de moeder,
[vader 1], de vader van [de minderjarige 1],
[vader 2], de vader van [de minderjarige 2],
[de voorgestelde gezinsvoogd], de voorgestelde gezins.
1DE PROCEDURE
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de tussenbeschikking van dit gerecht van 5 februari 2019, waarbij de Voogdijraad is verzocht namen van beschikbare gezinsvoogden bekend te maken.
De verdere procedure blijkt uit de akte uitlating van de Voogdijraad, ingediend op 26 februari 2019.
Hierna is de uitspraak nader bepaald op heden.
2DE VERDERE BEOORDELING
2.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
Ingevolge artikel 1:258, eerste lid BW bepaalt de rechter de duur van de ondertoezichtstelling op een termijn van ten hoogste een jaar, die hij telkens met een jaar kan verlengen.
Ingevolge artikel 1:255, eerste lid BW benoemt de rechter bij toewijzing van het verzoek om ondertoezichtstelling een gezinsvoogd, die onder zijn leiding toezicht op het kind houdt.
Ingevolge artikel 1:256 BW is de rechter te allen tijde bevoegd de gezinsvoogd door een ander te vervangen.
2.2
Zoals in de tussenbeschikking is overwogen, acht het gerecht het in het belang van de minderjarigen dat door middel van een verlenging van de ondertoezichtstelling de moeder en de minderjarigen de nodige hulp en begeleiding zullen krijgen.
2.3
De heer [de voorgestelde gezinsvoogd] is bereid de gezinsvoogdij op zich te nemen. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.
3DE BESLISSING
Het gerecht:
stelt [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba, (wederom) onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt [de voorgestelde gezinsvoogd] tot gezinsvoogd,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 18 juni 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.
behorend bij zaak met nr. AUA201802732 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarigen:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
Belanghebbenden:
[de moeder], de moeder,
[vader 1], de vader van [de minderjarige 1],
[vader 2], de vader van [de minderjarige 2],
[de voorgestelde gezinsvoogd], de voorgestelde gezins.
1DE PROCEDURE
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de tussenbeschikking van dit gerecht van 5 februari 2019, waarbij de Voogdijraad is verzocht namen van beschikbare gezinsvoogden bekend te maken.
De verdere procedure blijkt uit de akte uitlating van de Voogdijraad, ingediend op 26 februari 2019.
Hierna is de uitspraak nader bepaald op heden.
2DE VERDERE BEOORDELING
2.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
Ingevolge artikel 1:258, eerste lid BW bepaalt de rechter de duur van de ondertoezichtstelling op een termijn van ten hoogste een jaar, die hij telkens met een jaar kan verlengen.
Ingevolge artikel 1:255, eerste lid BW benoemt de rechter bij toewijzing van het verzoek om ondertoezichtstelling een gezinsvoogd, die onder zijn leiding toezicht op het kind houdt.
Ingevolge artikel 1:256 BW is de rechter te allen tijde bevoegd de gezinsvoogd door een ander te vervangen.
2.2
Zoals in de tussenbeschikking is overwogen, acht het gerecht het in het belang van de minderjarigen dat door middel van een verlenging van de ondertoezichtstelling de moeder en de minderjarigen de nodige hulp en begeleiding zullen krijgen.
2.3
De heer [de voorgestelde gezinsvoogd] is bereid de gezinsvoogdij op zich te nemen. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.
3DE BESLISSING
Het gerecht:
stelt [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba, (wederom) onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt [de voorgestelde gezinsvoogd] tot gezinsvoogd,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 18 juni 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.