Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:980
2026-06-19
Civiel recht
25/00926
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:980 → ECLI:NL:GHARL:2024:7918
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:980 → ECLI:NL:PHR:2026:368
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Effectenlease. Is consument bij aangaan effectenleaseovereenkomsten geadviseerd door tussenpersoon die niet vereiste vergunning had, terwijl Dexia dat wist of behoorde te weten? Te lichte eisen aan stelplicht van consument en te zware eisen aan betwisting door Dexia? Huisbezoek. Tegenbewijs, recht op eerlijk proces, motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:11326 Rechtbank Noord-Holland 09-09-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:12799 Rechtbank Noord-Holland 26-08-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:11320 Rechtbank Noord-Holland 12-08-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4574 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4564 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4339 Rechtbank Overijssel 07-07-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4334 Rechtbank Overijssel 07-07-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.537 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00926
Datum 19 juni 2026
ARREST
In de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Dexia,
advocaten: M.A.M. Wagemakers en A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: A.C. van Schaick.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 10165361 \ EL EXPL 22-76 van de rechtbank Noord-Nederland van 11 juli 2023;
b. het arrest in de zaak 200.332.481/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024.
Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Dexia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Dexia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00926
Datum 19 juni 2026
ARREST
In de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Dexia,
advocaten: M.A.M. Wagemakers en A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: A.C. van Schaick.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 10165361 \ EL EXPL 22-76 van de rechtbank Noord-Nederland van 11 juli 2023;
b. het arrest in de zaak 200.332.481/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024.
Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Dexia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Dexia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.