Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:960
2026-06-19
Civiel recht; Personen- en familierecht
25/03752
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:960 → ECLI:NL:GHDHA:2025:2163
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:960 → ECLI:NL:PHR:2026:451
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Einde machtiging tot uithuisplaatsing. Hoofdverblijfplaats.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.201 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/03752
Datum 19 juni 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZUID-HOLLAND,
gevestigd te Leiden,
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de GI en de moeder,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/676670 / JE RK 24-2181 van de rechtbank Den Haag van 9 januari 2025;
b. de beschikking in de zaken 200.352.209/01 en 200.352.209/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2025.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De GI en de moeder hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.
CIVIELE KAMER
Nummer 25/03752
Datum 19 juni 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZUID-HOLLAND,
gevestigd te Leiden,
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de GI en de moeder,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/676670 / JE RK 24-2181 van de rechtbank Den Haag van 9 januari 2025;
b. de beschikking in de zaken 200.352.209/01 en 200.352.209/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2025.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De GI en de moeder hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.