Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:761

2026-05-19 Strafrecht 24/03616
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-05-19
Publicatiedatum
2026-05-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03616
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0171 | RvdW 2026/643

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Grooming met 15-jarige jongen door 55-jarige verdachte, art. 248.e (oud) Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art.452.2 Sv en 4.3.3.4 Procesreglement HR. Voldoet cassatieschriftuur aan vereisten, nu machtiging van raadsman ontbreekt? Schriftuur bevat niet verklaring van raadsman dat hij tot indiening bepaaldelijk is gevolmachtigd door verdachte. Raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar daarvan is pas na het verstrijken van de daarvoor geboden termijn gebruik gemaakt. Verdachte heeft dus niet op voorgeschreven manier bij HR door raadsman een schriftuur met middelen doen indienen (zie art. 452.2 Sv). Gevolg daarvan is dat HR het beroep van verdachte niet in behandeling kan nemen. Verdachte n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.329 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/03616

Datum 19 mei 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2024, nummer 23-002637-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.A. Bruinsma bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Artikel 4.3.3.4 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden luidt:
“De schriftuur van een advocaat dient de verklaring te bevatten dat hij tot de indiening bepaaldelijk is gevolmachtigd door degene namens wie hij optreedt. Bij verzuim de hiervoor bedoelde verklaring af te leggen, stelt de rolraadsheer de advocaat in de gelegenheid tot het alsnog afleggen van die verklaring binnen een daartoe te stellen termijn.”



2.2
De schriftuur bevat niet de verklaring van de raadsman dat hij tot de indiening bepaaldelijk is gevolmachtigd door de verdachte. De raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar daarvan is pas na het verstrijken van de daarvoor geboden termijn gebruik gemaakt.


2.3
De verdachte heeft dus niet op de voorgeschreven manier bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen doen indienen (zie artikel 452 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering). Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.