Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:760

2026-05-19 Strafrecht 24/00562
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-05-19
Publicatiedatum
2026-05-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/00562
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/632

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

PGB-fraude. Medeplegen feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Kan klacht dat hof niet heeft gerespondeerd op het in hoger beroep naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt “dat ander tlgd. papieren valselijk heeft opgemaakt”, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? 2. Redelijke termijn (inzendtermijn) in cassatie. Ad 1. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Alleen stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen kan als zo’n middel worden aangemerkt. Als cassatiemiddel I aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven. Ad 2. Schriftuur klaagt verder enkel over redelijke termijn in cassatie. Art. 80a RO, verdachte n-o. Samenhang met 24/00563 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.229 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/00562

Datum 19 mei 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2024, nummer 21-004404-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een schriftuur ingediend.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Alleen een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen kan als zo’n cassatiemiddel worden aangemerkt. De als cassatiemiddel I aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven. Nu de schriftuur verder enkel de klacht bevat dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, zal de Hoge Raad gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.