Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:754

2026-05-12 Strafrecht 25/00590
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-05-12
Publicatiedatum
2026-05-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/00590
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/626

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 16-jarig meisje door 34-jarige verdachte, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. HR: Om redenen vermeld in CAG kan middel (v.zv. dat kan worden aangemerkt als stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen) niet tot cassatie leiden. CAG: Uit bewijsmiddelen volgt dat verdachte voorbij is gegaan aan signalen van verbaal verzet door aangeefster. Voor bewijs gebruikte aangifte houdt immers in dat aangeefster heeft verklaard dat ze meermalen heeft gezegd dat verdachte moest ophouden maar dat hij dit niet deed. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.488 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 25/00590

Datum 12 mei 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat M.P. de Klerk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.


2.2

Het in de namens de verdachte ingediende schriftuur voorgestelde cassatiemiddel – voor zover dat kan worden aangemerkt als een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen – kan niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026.