Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:625
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:625 → ECLI:NL:GHAMS:2024:1846
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:625 → ECLI:NL:PHR:2026:220
Inhoudsindicatie
Medeplegen opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van 51 kilo cocaïne in de door hem bestuurde bedrijfsauto met verborgen ruimte (art. 2.B en 2.C Opiumwet) en deelnemen aan criminele (drugs)organisatie die zich bezighoudt met grootschalige (internationale) handel in cocaïne en gewoontewitwassen (art. 11b.1 Opiumwet). 1. Grondslagverlating deelnemen aan criminele organisatie. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door aan onderdeel van tll. een uitleg te geven die niet strookt met bewoordingen daarvan, terwijl verdachte geen gelegenheid heeft gehad zich tegen die ruimere (interpretatie van) tll. te verdedigen? 2. Bewijsklacht vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne t.a.v. opzet. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte zich minst genomen bewust is geweest van aanmerkelijke kans dat zich in de door hem bestuurde auto een hoeveelheid cocaïne bevond? 3. Bewijsklachten deelnemen aan criminele organisatie t.a.v. concrete betrokkenheid van verdachte vóór 4-3-2014, witwassen van winsten van organisatie en bewezenverklaring van hetzelfde feit. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 38 maanden), art. 359.6 Sv. Heeft hof verzuimd te vermelden welk deel van opgelegde gevangenisstraf in elk geval (in penitentiaire inrichting) ten uitvoer zal worden gelegd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02518 en 24/02580.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.726 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/02516
Datum 19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024, nummer 23-004360-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en S.J. van der Woude bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.