Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:584

2026-04-10 Bestuursrecht; Belastingrecht 24/03122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-04-10
Publicatiedatum
2026-04-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03122
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Viditax (FutD) 2026041020 | FutD 2026-0617 | NTFR 2026/637

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB; post a.1, van Tabel I bij de Wet OB; punt 1 van Bijlage III van BTW-richtlijn 2006; levensmiddelen voor menselijke consumptie; magische truffels; rechtszekerheidsbeginsel.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.040 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 24/03122

Datum 10 april 2026



ARREST



in de zaak van




[X] B.V. (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, nrs. 22/1588 tot en met 22/1591, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 21/2055, BRE 21/2976, BRE 21/4002 en BRE 22/1989) betreffende de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting over de tijdvakken in de periode 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 en over het tijdvak 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021.





1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.J.C. Perdaems, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.



2Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/03016, ECLI:NL:HR:2026:450.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra, E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.




ECLI:NL:GHSHE:2024:2147.