Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1147

2026-07-03 Civiel recht; Insolventierecht 25/01509
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-03
Publicatiedatum
2026-07-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/01509
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; RvdW 2026/759; NJ 2026/209

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Rechtspersonenrecht. Overgang rechtsverhouding door afsplitsing (art. 2:334a lid 3 BW) en cessie; nauwkeurigheid beschrijving vermogen (art. 2:334f lid 2 onder d BW). Belang bij cassatieberoep. Samenhang met zaak 25/01510.

Citeert (1)

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.453 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 25/01509

Datum 3 juli 2026




ARREST




In de zaak van




[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres] ,
advocaat: H.J.W. Alt,



tegen



CUMBERLAND INVESTMENTS DESIGNATED ACTIVITY COMPANY,
gevestigd te Dublin, Ierland,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Cumberland,
advocaat: A.G. Colenbrander.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/391162 / HA ZA 21-622 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 maart 2022 en 23 november 2022;
b. het arrest in de zaak 200.323.565/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 januari 2025.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Cumberland heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Cumberland mede door M.D.C. Klaassen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Uitgangspunten en feiten
Beide partijen hebben in het faillissement van Triskalion B.V. vorderingen ter verificatie ingediend. Zij betwisten over en weer elkaars vorderingen. Deze renvooiprocedure gaat over de vorderingen van Cumberland. Ook over de vorderingen van [eiseres] is een renvooiprocedure aanhangig. Daarin doet de Hoge Raad vandaag eveneens uitspraak (zaak 25/01510).





3Beoordeling van het middel in het principale beroep

3.1
Bij arrest van heden verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep van [eiseres] in de zaak 25/01510. Daarmee staat onherroepelijk vast dat [eiseres] geen schuldeiser is in het faillissement van Triskalion B.V. Dit brengt mee dat [eiseres] geen belang heeft bij het cassatieberoep in de onderhavige zaak. Voor zover het middel vragen van Unierecht oproept, zijn deze daarmee niet relevant voor de uitkomst van het geding.



3.2
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat een of meer van de in het principale beroep aangevoerde klachten slagen, behoeft gelet op hetgeen hiervoor in 3.1 is overwogen geen behandeling.






4Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cumberland begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 3 juli 2026.





HR 3 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1148.