Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1081
2026-07-07
Strafrecht
25/01732
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1081 → ECLI:NL:GHDHA:2024:2951
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1081 → ECLI:NL:PHR:2026:522
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan hennepteelt. Art. 416.2 Sv. Heeft hof te hoge eisen aan schriftuur houdende grieven gesteld door te oordelen dat betrokkene, die op standaard grievenformulier “Ik ben wel bij zitting aanwezig geweest, maar ik wil nieuwe behandeling, om de volgende reden(en):” heeft aangekruist zonder nadere, inhoudelijke reden(en) op te geven, geen grieven a.b.i. art. 410 Sv heeft ingediend? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00651.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.686 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01732 P
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2024, nummer 22-003345-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.
STRAFKAMER
Nummer 25/01732 P
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2024, nummer 22-003345-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.