Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:823
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:823 → ECLI:NL:PHR:2025:433
Inhoudsindicatie
Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht onderzoek. Is sprake van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994? 2. Overschrijding van termijn van bloedafname (90-minutentermijn) uit art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer met 10 minuten. Kon hof volstaan met constatering van vormverzuim? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Art. 12.3 Besluit staat niet rechtstreeks in verband met juistheid en betrouwbaarheid van resultaten van verricht onderzoek. Van strikte waarborg is bij art. 12.3 Besluit derhalve geen sprake. Hof heeft geoordeeld dat niet is gebleken van schending van enige in Besluit opgenomen waarborg die van invloed is op betrouwbaarheid van resultaat van onderzoek. Volgens hof is sprake van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994 en kan resultaat daarvan tot bewijs van tlgd. worden gebruikt. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Volgens hof kan gelet op zeer geringe overschrijding van termijn en omstandigheid dat niet is gebleken dat verdachte enig nadeel door dit verzuim heeft ondervonden, worden volstaan met enkele constatering van vormverzuim en worden er verder geen rechtsgevolgen aan dit verzuim verbonden. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van wat hof daaraan ten grondslag heeft gelegd niet onbegrijpelijk. Oordeel is ook toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat door verdediging niet is aangevoerd welk nadeel de verdachte heeft ondervonden door omstandigheid dat hij 10 minuten langer is opgehouden voor onderzoek, terwijl hof heeft vastgesteld dat enige tijd is verstreken doordat verdachte aanvankelijk (grotendeels) weigerachtige houding aannam. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:874 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.982 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/02156
Datum 27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 mei 2023, nummer 21-001531-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. van der Stel bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat sprake is van een ‘onderzoek’ als bedoeld in artikel 8 lid 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat kan worden volstaan met de constatering van het vormverzuim dat de termijn van de bloedafname uit artikel 12 lid 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is overschreden.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.