Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:780
2025-05-20
Strafrecht
24/02327
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:780 → ECLI:NL:GHDHA:2024:934
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. oorlogsmisdrijven in Afghanistan, art. 8 en 9 (oud) WOS. Ontvankelijkheid OM in vervolging, verdachte overleden (art. 69 Sr). HR ambtshalve: Volgens een aan HR overgelegd, door ambtenaar van burgerlijke stand van gemeente gewaarmerkt afschrift van akte van burgerlijke stand van die gemeente is verdachte overleden. Daarom is o.g.v. art. 69 Sr recht tot strafvordering vervallen. OM n-o in vervolging.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.514 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02327
Datum 20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juni 2024, nummer 22-001197-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie.
2Overlijden van de verdachte
Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 24 maart 2025 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 april 2022;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.
STRAFKAMER
Nummer 24/02327
Datum 20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juni 2024, nummer 22-001197-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie.
2Overlijden van de verdachte
Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 24 maart 2025 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 april 2022;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.