Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:55
2025-01-10
Civiel recht
24/01402
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:55 → ECLI:NL:GHARL:2024:273
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:55 → ECLI:NL:PHR:2024:1195
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is ouder zonder gezag belanghebbende bij procedure over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.301 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01402
Datum 10 januari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Almelo,
2. STICHTING JEUGDBESCHERMING OVERIJSSEL,
gevestigd te Hengelo,
3. [de moeder],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de raad, de GI en de moeder,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/08/302011 / JE RK 23-1678 van de rechtbank Overijssel van 11 september 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.334.485 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 januari 2024.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad, de GI en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 januari 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01402
Datum 10 januari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Almelo,
2. STICHTING JEUGDBESCHERMING OVERIJSSEL,
gevestigd te Hengelo,
3. [de moeder],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de raad, de GI en de moeder,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/08/302011 / JE RK 23-1678 van de rechtbank Overijssel van 11 september 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.334.485 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 januari 2024.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad, de GI en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 januari 2025.