Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:541

2025-06-03 Strafrecht 24/01736
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-06-03
Publicatiedatum
2025-04-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/01736
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/762

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Doodslag door slachtoffer met mes in rug te steken (art. 287 Sr) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat geen sprake (meer) was van noodweersituatie, en diende hof in te gaan op de door verdachte gestelde hevige gemoedsbeweging? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 jaren en TBS met dwangverpleging), art. 37a.1 Sr. Heeft hof toereikend gemotiveerd dat veiligheid van anderen of algemene veiligheid van personen of goederen oplegging van TBS met dwangverpleging vereist? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.642 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/01736

Datum 3 juni 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 april 2024, nummer 22-000079-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.