Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:272
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:272 → ECLI:NL:PHR:2025:9
Inhoudsindicatie
Medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. cocaïnetransport (art. 10a.1 Opiumwet), medeplegen bewerken en verwerken van cocaïne (art. 2.B Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag en woning (420bis.1.b Sr), medeplegen verhandelen, overdragen en voorhanden hebben van (onderdelen van) (automatische) vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr jo. 11b Opiumwet). 1. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van 2 getuigen? 2. Schending van doorlaatverbod (art. 126 ff.1 Sv). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, bewijsuitsluiting en/of strafvermindering i.v.m. vormverzuimen, art. 359a Sv. 3. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op verweer dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04374, 23/04383, 23/04391, 23/04413, 23/04429, 23/04433, 23/04440, 23/04462, 23/04477, 23/04495 en 23/04526.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.699 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04388
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2023, nummer 20-002223-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.