Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:117
2025-01-24
Civiel recht; Verbintenissenrecht
24/00667
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:117 → ECLI:NL:GHARL:2023:10097
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:117 → ECLI:NL:PHR:2024:1229
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Verzuim van hof om gelegenheid te bieden voor reactie op akte? Klachten over passeren bewijsaanbod en onjuist oordeel over stelplicht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:682 Parket bij de Hoge Raad 03-07-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.210 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00667
Datum 24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
TERRA SICCA B.V.,
gevestigd te Baarn,
EISERES tot cassatie,
hierna: Terra Sicca,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
ALSTA-NASSAU B.V.,
gevestigd te Terheijden,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alsta-Nassau,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9271758 AC EXPL 21-1468 IR/46974 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 november 2021 en 20 april 2022;
b. de arresten in de zaak 200.314.112 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 september 2022 en 28 november 2023.
Terra Sicca heeft tegen het arrest van het hof van 28 november 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Alsta-Nassau is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Terra Sicca in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alsta-Nassau begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00667
Datum 24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
TERRA SICCA B.V.,
gevestigd te Baarn,
EISERES tot cassatie,
hierna: Terra Sicca,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
ALSTA-NASSAU B.V.,
gevestigd te Terheijden,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alsta-Nassau,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9271758 AC EXPL 21-1468 IR/46974 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 november 2021 en 20 april 2022;
b. de arresten in de zaak 200.314.112 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 september 2022 en 28 november 2023.
Terra Sicca heeft tegen het arrest van het hof van 28 november 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Alsta-Nassau is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Terra Sicca in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alsta-Nassau begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.