Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:911
2024-06-21
Civiel recht; Verbintenissenrecht
23/01368
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:911 → ECLI:NL:GHARL:2023:172
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:911 → ECLI:NL:PHR:2024:441
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst over verdeling van tijdens huwelijk opgebouwd pensioen. Mogelijkheid tot opzegging van overeenkomst? Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW)?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1141 Parket bij de Hoge Raad 24-10-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.722 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01368
Datum 21 juni 2024
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: R.R. Oudijk,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/373170 / HA ZA 20-408 van de rechtbank Gelderland van 8 januari 2020, 2 september 2020, 10 maart 2021 en 14 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.989 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, 19 juli 2022 en 10 januari 2023.
De man heeft tegen het arrest van het hof van 10 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld.De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de man mede door R.C. Geurtsen. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 juni 2024.
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01368
Datum 21 juni 2024
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: R.R. Oudijk,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/373170 / HA ZA 20-408 van de rechtbank Gelderland van 8 januari 2020, 2 september 2020, 10 maart 2021 en 14 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.989 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, 19 juli 2022 en 10 januari 2023.
De man heeft tegen het arrest van het hof van 10 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld.De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de man mede door R.C. Geurtsen. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 juni 2024.