Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:771

2024-06-06 Bestuursrecht; Belastingrecht 23/00654
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-06-06
Publicatiedatum
2024-05-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/00654
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Sdu Nieuws Ondernemingsrechtpraktijk 2024/189 | NTFR 2024/1002 | NJB 2024/1368 | NLF 2024/1419 | Viditax (FutD) 2024060602 | FutD 2024-1271

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Aandeel in reservefonds VVE vormt onder de wettelijke regeling in 2018 geen banktegoed.

Citeert (3)

Geciteerd door (10)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.621 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 23/00654

Datum 6 juni 2024



ARREST



in de zaak van



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



tegen




[X2] (hierna: belanghebbende)



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2023, nr. BK-ARN 20/01122, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 20/2502) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.





1Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 1 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.




2Beoordeling van het middel
Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/00653, ECLI:NL:HR:2024:705, rechtsoverweging 6.3 en 6.4. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend met betrekking tot de vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018, de vermindering van het verzamelinkomen en de dienovereenkomstige vermindering van de bij die aanslag gegeven beschikking inzake belastingrente, en
- verwijst het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.



ECLI:NL:GHARL:2023:139.


ECLI:NL:PHR:2023:655.