Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:74

2024-01-23 Strafrecht 22/04536
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-01-23
Publicatiedatum
2024-01-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/04536
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/163

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Huurmoord in Almere. Medeplegen van moord (art. 289 Sr), eendaadse samenloop van medeplegen van in brand steken van vluchtauto (art. 157.1 Sr) en beschadiging (art. 350.1 Sr) en medeplegen van opzetheling van vluchtauto (art. 416.1.a Sr). 1. Bewijsklachten medeplegen van brandstichting, beschadiging en opzetheling. 2. Voorwaardelijke invrijheidstelling. Diende hof in strafmatigende zin rekening te houden met nieuwe VI-regeling? Art. 7 EVRM. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04537.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.781 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/04536

Datum 23 januari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2022, nummer 21-002167-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2024.