Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:446

2024-04-16 Strafrecht 23/00731
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-04-16
Publicatiedatum
2024-03-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/00731
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/493

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen moord op advocaat in 2019, art. 289 Sr. 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verkeers- en locatiegegevens. 2. Bewijsklachten daderschap en voorbedachte raad. 3. Beroep op alternatief scenario. 4. Heeft hof in strijd met art. 344, 359 en 415 Sv een aantal bewijsmiddelen voor bewijs gebruikt? 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 jaren). Kon hof als strafverzwarende omstandigheid laten meewegen dat slachtoffer een advocaat was? 6. Strafmotivering. Kon hof overwegen dat media-aandacht in deze zaak niet strafverminderend kan werken? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00732.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.733 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/00731

Datum 16 april 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2023, nummer 23-002786-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.