Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1476

2024-10-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht 23/03850
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-10-18
Publicatiedatum
2024-10-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/03850
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2024/2144 | BPR-Updates.nl 2024-0085 | Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2024-0085 | RvdW 2024/970 | NJ 2024/316 | NTHR 2024/74, 237 | RBP 2024/98 | JBPr 2025/3 met annotatie van mr. dr. T. van Malssen

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Financieel recht. Renteswaps. Klachten tegen oordeel hof dat bank zorgplicht niet heeft geschonden verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Art. 90 Rv. Partij die overweegt rechtsmiddel in te stellen heeft recht op proces-verbaal. Aan verzoek tot afgifte moet onverwijld worden voldaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (4)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.155 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 23/03850

Datum 18 oktober 2024




ARREST




In de zaak van


1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiseres 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: J.H.M. van Swaaij, aanvankelijk ook J.M. Moorman,



tegen



COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.L.F.M. Schim.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/663785 / HA ZA 19-334 van de rechtbank Amsterdam van 23 oktober 2019 en 13 mei 2020;
b. de arresten in de zaak 200.280.259/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 april 2021 en 4 juli 2023.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 4 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld. Ook hebben [eiseressen] een aanvullende procesinleiding ingediend.
Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Rabobank toegelicht door hun advocaat F.E. Vermeulen en mede door L.M. Münchow en T.A. van Polanen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel

2.1
De klachten van de onderdelen 1 tot en met 8 van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).



2.2
Onderdeel 9 klaagt dat het hof heeft miskend dat onverwijld moet worden voldaan aan een verzoek tot afgifte van een proces-verbaal door een advocaat die verklaart daaraan behoefte te hebben omdat wordt overwogen om een rechtsmiddel in te stellen. Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.67). De klacht geeft wel aanleiding om het volgende te overwegen.



2.3
Art. 90 lid 1, aanhef en onder a, Rv bepaalt dat de rechter van de mondelinge behandeling proces-verbaal opmaakt indien hij dit ambtshalve of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft, bepaalt. Art. 90 lid 6 Rv bepaalt dat de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift van het proces-verbaal aan de eiser en de in het geding verschenen gedaagde verstrekt. Deze voorschriften strekken er onder meer toe dat een partij de inhoud van een proces-verbaal kan betrekken bij haar beslissing of, en zo ja op welke gronden, zij een rechtsmiddel zal instellen. Een partij die verzoekt om afgifte van een proces-verbaal omdat zij overweegt een rechtsmiddel in te stellen, moet geacht worden bij het opmaken van het proces-verbaal belang te hebben, en heeft er recht op dat het proces-verbaal zo spoedig mogelijk wordt verstrekt. Aan zo’n verzoek moet dan ook onverwijld worden voldaan.







3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 oktober 2024.





Vgl. HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:413, rov. 3.5.2.