Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1395
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1395 → ECLI:NL:PHR:2024:649
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en belediging politieambtenaren (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Aanhoudingsverzoek door niet-gemachtigde raadsman ttz. in hoger beroep gedaan op grond dat verdachte mogelijk geen weet heeft van zitting en tot ongewenst vreemdeling is verklaard en is uitgezet naar Polen, door hof afgewezen omdat niet aannemelijk is geworden dat verdachte van aanwezigheidsrecht gebruik wil maken. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan verzoek is o.m. ten grondslag gelegd dat verdachte mogelijk niet op hoogte was van zitting. Hof heeft niet vastgesteld dat oproeping in h.b. aan verdachte in persoon was uitgereikt of dat verdachte anderszins op hoogte was geraakt van datum van tz. en heeft dus niet geoordeeld dat deze aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk was. Dit oordeel heeft hof ook niet geveld over andere aangevoerde reden, te weten dat verdachte ongewenst was verklaard en was uitgezet. Onder die omstandigheden diende hof belangenafweging te maken. Hof heeft er in motivering van afwijzing van aanhoudingsverzoek geen blijk van gegeven die afweging te hebben gemaakt. ‘s Hofs afwijzende beslissing is daarmee ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2026:160 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:791 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.782 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04743
Datum 8 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023, nummer 21-001168-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2024.