Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1109

2024-09-03 Strafrecht 22/02050
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-03
Publicatiedatum
2024-08-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/02050
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0189 | RvdW 2024/827

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat p-v weergegeven verloop van zitting (waarbij verdachte zittingszaal had verlaten nadat voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten zittingszaal te wachten) niet zonder meer dat verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.145 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/02050

Datum 3 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 juni 2022, nummer 22-002552-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, en P. van Dongen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.


2.2

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:
“De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en legt de vordering aan het gerechtshof over.
De voorzitter maant de verdachte aan stil te zijn of buiten de zittingszaal te wachten.
De verdachte verlaat hierop de zittingszaal.
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging:
(...)
De advocaat-generaal voert het woord tot repliek:
(...)
De raadsvrouw voert het woord tot dupliek:
(...)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat uitspraak zal worden gedaan ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni 2022 te 09.00 uur.”



2.3
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat proces-verbaal weergegeven verloop van de zitting – waarbij de verdachte de zittingszaal had verlaten nadat de voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten de zittingszaal te wachten – niet zonder meer dat de verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.


2.4
Het cassatiemiddel slaagt.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2024.