Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1092
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1092 → ECLI:NL:GHSHE:2017:2924
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1092 → ECLI:NL:PHR:2024:634
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging met zijn zoons tegen politieagenten, art. 141.1 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan en ttz. in h.b. door niet gemachtigde raadsvrouw herhaald op de grond dat verdachte naar inschatting van verdediging gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht als hij in Nederland is en dagvaarding hem bereikt omdat hij in eerste aanleg ttz. is verschenen, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging onder verwijzing naar omstandigheid dat verdachte niet concreet heeft aangegeven dat hij gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht, rechtsgeldige betekening van dagvaarding in h.b. en omstandigheid dat verdediging tevergeefs heeft getracht contact te zoeken met verdachte. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.705 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/02644
Datum 27 augustus 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juni 2017, nummer 20-000461-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben T.M.D. Buruma en F.T.C. Dölle, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2024.