Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2017:2924

2017-06-14 Strafrecht 20-000461-16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2017-06-14
Publicatiedatum
2017-06-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20-000461-16
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.898 tekens)
Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000461-16
Uitspraak : 14 juni 2017
VERSTEK, DNIP


Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch


gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 17 februari 2016 in de strafzaak met parketnummer
02-800374-15 tegen:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.





Hoger beroep




Bij vonnis, waarvan beroep, is verdachte ter zake van het plegen van openlijk geweld jegens drie politieambtenaren veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel toegewezen tot een bedrag van € 500,00, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] geheel toegewezen tot een bedrag van € 1.150,00 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 2.070,00, telkens met vermeerdering met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte heeft de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.



De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.





Onderzoek van de zaak




Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.



De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, wegens een gebrek aan grieven.






Ontvankelijkheid van het hoger beroep




Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven, dan wel daartoe een advocaat heeft gemachtigd. Het hof komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.





BESLISSING


Het hof:



Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.




Aldus gewezen door
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 14 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.