Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:901
2023-06-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/00303
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:901 → ECLI:NL:GHAMS:2022:3587
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3587 Gerechtshof Amsterdam 06-12-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.861 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/00303
Datum 9 juni 2023
ARREST
op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 december 2022, nrs. 21/00571 en 21/00572.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] B.V. te [Z] .
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij brief van 7 februari 2023 verzocht binnen zes weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens de rechtspersoon het beroepschrift in cassatie in te dienen. Bij brief van 28 maart 2023 heeft de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende voor herstel van het verzuim een nadere termijn verleend, die eindigde op 11 april 2023. Deze brieven zijn volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Er is geen stuk overgelegd waaruit eerdergenoemde bevoegdheid blijkt.
Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift daartoe niet bevoegd was, en zal de Hoge Raad het beroep in cassatie op die grond niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
ECLI:NL:GHAMS:2022:3587.
BELASTINGKAMER
Nummer 23/00303
Datum 9 juni 2023
ARREST
op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 december 2022, nrs. 21/00571 en 21/00572.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] B.V. te [Z] .
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij brief van 7 februari 2023 verzocht binnen zes weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens de rechtspersoon het beroepschrift in cassatie in te dienen. Bij brief van 28 maart 2023 heeft de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende voor herstel van het verzuim een nadere termijn verleend, die eindigde op 11 april 2023. Deze brieven zijn volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Er is geen stuk overgelegd waaruit eerdergenoemde bevoegdheid blijkt.
Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift daartoe niet bevoegd was, en zal de Hoge Raad het beroep in cassatie op die grond niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
ECLI:NL:GHAMS:2022:3587.