Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:526
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:526 → ECLI:NL:GHAMS:2022:13
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:526 → ECLI:NL:PHR:2023:207
Inhoudsindicatie
Winkeldiefstallen (art. 310 Sr) en diefstal met geweld van windscherm (art. 312.1 Sr). ISD-maatregel opgelegd. Gebruikte bewijsmiddelen ontbreken t.t.v. inzending dossier naar HR in door hof (in zoverre) bevestigd vonnis Rb, terwijl arrest hof en vonnis Rb evenmin met b.m. zijn aangevuld maar b.m. nadien alsnog zijn opgemaakt door hof. Art. 359.3 en 359.8 Sv en art. 83 RO. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Op alsnog door hof opgemaakte aanvulling met b.m. kan thans in cassatie geen acht worden geslagen. Nu het er in cassatie voor moet worden gehouden dat aanvulling inhoudende de voor bewijs gebruikte b.m. ontbreekt, is ’s hofs bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2024:1421 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1420 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:685 Parket bij de Hoge Raad 25-06-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (1.991 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/00048
Datum 11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 januari 2022, nummer 23-001164-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de gebruikte bewijsmiddelen ontbreken in het (deels) door het hof bevestigde vonnis van de rechtbank en dat het vonnis evenmin met bewijsmiddelen is aangevuld.
2.2
De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.