Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:233

2023-02-14 Strafrecht 20/03275
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-02-14
Publicatiedatum
2023-02-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/03275
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/244

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Uitkeringsfraude door na te laten tijdig verplichte gegevens te verstrekken aan UWV (meermalen gepleegd), art. 227b Sr. 1. Bewijsklacht opzet op schending van inlichtingenplicht. 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Had hof bij strafoplegging (voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en taakstraf van 240 uren) ambtshalve rekening moeten houden met omstandigheid dat redelijke termijn in h.b. is overschreden? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.574 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN





STRAFKAMER








Nummer

20/03275



Datum

14 februari 2023






ARREST






op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2020, nummer 22-003068-19, in de strafzaak





tegen





[verdachte01]


geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1964,


hierna: de verdachte.







1

Procesverloop in cassatie



Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.


De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend ten aanzien van de opgelegde taakstraf, in zoverre tot zodanige beslissing op de voet van art. 440 Sv als de Hoge Raad passend oordeelt en tot verwerping van het beroep voor het overige.






2

Beoordeling van de cassatiemiddelen


De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3

Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof


De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.





4

Beslissing



De Hoge Raad:


- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;


- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;


- verwerpt het beroep voor het overige.






Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

14 februari 2023

.