Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1748
2023-12-15
Civiel recht
22/04146
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1748 → ECLI:NL:GHDHA:2022:1643 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1748 → ECLI:NL:PHR:2023:799 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 Wet RO. Verzekeringsrecht. Levensverzekering. Winstdeling. Gemengde verzekering van kapitalen, uit te keren bij overlijden voor einddatum dan wel bij in leven zijn op einddatum. Moet gedeelte van winstdeling, dat is gebruikt voor aanvulling van jaarlijks dalend verzekerd kapitaal bij overlijden voor einddatum, worden uitgekeerd nu verzekerde op einddatum in leven was? Uitleg; cao-norm of Haviltex. Motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2024:1012 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.361 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/04146
Datum 15 december 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
GOUDSE LEVENSVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Gouda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: De Goudse,
advocaat: M.S. van der Keur.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/572294 / HA ZA 19-405 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2019;
b. het arrest in de zaak 200.277.496/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 augustus 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Goudse heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor De Goudse toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Goudse begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 december 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/04146
Datum 15 december 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
GOUDSE LEVENSVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Gouda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: De Goudse,
advocaat: M.S. van der Keur.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/572294 / HA ZA 19-405 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2019;
b. het arrest in de zaak 200.277.496/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 augustus 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Goudse heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor De Goudse toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Goudse begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 december 2023.