Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1711
2023-12-08
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/03314
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1711 → ECLI:NL:GHARL:2023:5865
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2023:5865 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-07-2023
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:GHARL:2025:5718 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:5717 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:858 Parket bij de Hoge Raad 22-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:858 Parket bij de Hoge Raad 22-08-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:591 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-02-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:590 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-02-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:588 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-02-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:469 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-01-2025
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.010 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/03314
Datum 8 december 2023
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door F.J.H.M. Berndsen, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2023, nr. BK-ARN 21/01001.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 6 september 2023 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen. Die termijn eindigde op 18 oktober 2023. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitale dossier van belanghebbende is eveneens op 6 september 2023 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 6 september 2023.
Belanghebbende heeft het hiervoor bedoelde verzuim niet hersteld. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2023.
ECLI:NL:GHARL:2023:5865.
BELASTINGKAMER
Nummer 23/03314
Datum 8 december 2023
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door F.J.H.M. Berndsen, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2023, nr. BK-ARN 21/01001.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 6 september 2023 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen. Die termijn eindigde op 18 oktober 2023. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitale dossier van belanghebbende is eveneens op 6 september 2023 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 6 september 2023.
Belanghebbende heeft het hiervoor bedoelde verzuim niet hersteld. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2023.
ECLI:NL:GHARL:2023:5865.