Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1606
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1606 → ECLI:NL:GHARL:2021:8830
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1606 → ECLI:NL:PHR:2023:857
Inhoudsindicatie
Medeplegen gewoontewitwassen van geld (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige verkoop van hennep door loods te verhuren aan coffeeshop (art. 11a.1 jo. 11.5 Opiumwet). 1. Bewijsklacht witwassen, methode van eenvoudige kasopstelling. Heeft verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor grootste gedeelte van negatief kasverschil? 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen. Wist verdachte of had hij ernstige reden om te vermoeden dat hennephandel gerelateerde activiteiten grote hoeveelheden betroffen? 3. Interpretatie van art. 11a Opiumwet. Heeft hof te beperkte uitleg gegeven aan toepasselijke strafbepaling en is hof ingegaan op een daarop betrekking hebbend verweer? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03979 P, 21/03980 en 21/03981 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.808 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/03982
Datum 21 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2021, nummer 21-000566-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 171 uren beloopt, subsidiair 85 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2023.