Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1591
2023-11-17
Civiel recht
22/04567
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1591 → ECLI:NL:GHARL:2022:7657 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1591 → ECLI:NL:PHR:2023:850
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Supercell. Schade na storm en hagel. Schade door hagelstenen? HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1523 (Supercell II). Named perils-verzekering. Mocht hof in eindarrest terugkomen op bindende eindbeslissing in tussenarrest?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:3383 Rechtbank Overijssel 17-06-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2024:1019 Rechtbank Amsterdam 21-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:1019 Rechtbank Amsterdam 21-02-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.608 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/04567
Datum 17 november 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ASR,
advocaat: D.A. van der Kooij.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/431765 / HA ZA 17-131 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 april 2017, 23 augustus 2017 en 14 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.255.789 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2020, 23 februari 2021 en 6 september 2022.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ASR heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ASR toegelicht door haar advocaat en door L. Tolatzis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ASR begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 17 november 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/04567
Datum 17 november 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ASR,
advocaat: D.A. van der Kooij.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/431765 / HA ZA 17-131 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 april 2017, 23 augustus 2017 en 14 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.255.789 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2020, 23 februari 2021 en 6 september 2022.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ASR heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ASR toegelicht door haar advocaat en door L. Tolatzis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ASR begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 17 november 2023.