Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1447
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1447 → ECLI:NL:PHR:2023:781
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft uit camerabeelden en tapgesprekken die hof in zijn uitspraak vermeldt niet kunnen afleiden dat al het contante geld dat op bankrekening van A is gestort, telkens afkomstig was van betrokkene. Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen bieden geen steun aan oordeel dat het contante geld dat op bankrekeningen van B en C gestort is, afkomstig is van betrokkene. Camerabeelden van contante stortingen zien op stortingen op rekening van A, niet op stortingen op bankrekeningen van B en C. Uit tapgesprekken die hof citeert, volgt niet dat één of meer van deze gesprekken met stortingen van contant geld op bankrekeningen van B en C verband houden. Feiten en omstandigheden op grond waarvan gevolgtrekkingen uit geciteerde tapgesprekken kunnen worden geëxtrapoleerd naar bankrekeningen van B en C ontbreken. Overwegingen en b.m. die in strafzaak onderbouwen dat betrokkene het contante geld, dat op deze bankrekeningen is gestort, tezamen en in vereniging met ander heeft witgewassen, zijn in ’s hofs uitspraak niet overgenomen. Al met al heeft hof de schatting van w.v.v. niet aan inhoud van gebruikte b.m. kunnen ontlenen. ’s Hofs oordeel dat bewezenverklaard gewoontewitwassen of andere strafbare feiten “op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat betrokkene w.v.v. heeft verkregen” is ook overigens ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 21/05079 en 21/05219 P en met 21/05221 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.914 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/05167 P
Datum 17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, nummer 21-005582-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5, 8, 9 en 10 tot en met 16.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.