Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1360
2023-10-03
Strafrecht
22/01914
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1360 → ECLI:NL:PHR:2023:679
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Beslissing penitentiaire kamer hof tot verlenging van maatregel tot plaatsing in inrichting voor jeugdigen, art. 6:6:31 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. O.g.v. art. 6:6:1.1 en 6:6:7 Sv staat tegen rechterlijke beslissingen inzake tenuitvoerlegging geen gewoon rechtsmiddel open, v.zv. in hoofdstuk 6 van Boek 6 van dat wetboek niet anders is bepaald. Tegen beslissing a.b.i. art. 6:6:31 Sv tot verlenging van PI-maatregel staat volgens art. 6:6:37.2 Sv hoger beroep open. Hoofdstuk 6 van Boek 6 van WvSv bevat echter geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen zo’n beslissing. Verzoeker n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1180 Parket bij de Hoge Raad 11-11-2025
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.059 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01914
Datum 3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2022, nummer PIJ 21/0339, in de zaak
van
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verzoeker.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft H.C. Ingelse, advocaat te Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op grond van artikelen 6:6:1 lid 1 en 6:6:7 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat tegen rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging geen gewoon rechtsmiddel open, voor zover in hoofdstuk 6 van Boek 6 van dat wetboek niet anders is bepaald. Tegen een beslissing, als bedoeld in artikel 6:6:31 Sv, tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, staat volgens artikel 6:6:37 lid 2 Sv hoger beroep open. Hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering bevat echter geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen zo’n beslissing. Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de verzoeker niet in behandeling nemen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.
STRAFKAMER
Nummer 22/01914
Datum 3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2022, nummer PIJ 21/0339, in de zaak
van
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verzoeker.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft H.C. Ingelse, advocaat te Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op grond van artikelen 6:6:1 lid 1 en 6:6:7 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat tegen rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging geen gewoon rechtsmiddel open, voor zover in hoofdstuk 6 van Boek 6 van dat wetboek niet anders is bepaald. Tegen een beslissing, als bedoeld in artikel 6:6:31 Sv, tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, staat volgens artikel 6:6:37 lid 2 Sv hoger beroep open. Hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering bevat echter geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen zo’n beslissing. Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de verzoeker niet in behandeling nemen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.