Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1170

2023-09-08 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/00327
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-09-08
Publicatiedatum
2023-09-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/00327
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NDFR Nieuws 2023/1248 | NTFR 2023/1517 | Viditax (FutD) 2023090807 | FutD 2023-2349

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Proceskosten

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.707 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER




Nummer 22/00327

Datum 8 september 2023



ARREST



op een door [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) gedaan verzoek als bedoeld in artikel 29f, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.





1Verzoek om veroordeling in de proceskosten

1.1
De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P], heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nr. 20/01125, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, heeft een verweerschrift ingediend.De Staatssecretaris heeft nadien het beroep in cassatie ingetrokken.


1.2
Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris bij afzonderlijke uitspraak – met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 Awb – te veroordelen in de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in verband met de behandeling van het beroep in cassatie en dit bedrag overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) vast te stellen.


1.3
De Staatssecretaris heeft naar aanleiding van dat verzoek een verweerschrift ingediend. Hij concludeert dat aan belanghebbende een vergoeding van de in cassatie gemaakte proceskosten toekomt, berekend overeenkomstig het Besluit.




2Beoordeling van het verzoek
De Hoge Raad ziet, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, aanleiding voor vergoeding van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken. Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand gaat de Hoge Raad uit van de waarde per punt die is neergelegd in punt 2 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit (tekst vanaf 1 januari 2023).



3Beslissing
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.674 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.




ECLI:NL:GHARL:2021:11833.


Vgl. HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, rechtsoverwegingen 5.2 tot en met 5.8.