Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1102

2023-08-18 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/00717
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-08-18
Publicatiedatum
2023-08-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00717
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2023/1896 | V-N 2023/39.17.5 | Belastingblad 2023/315

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.457 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER






Nummer 22/00717

Datum 18 augustus 2023




ARREST




in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen




het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT


de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)




op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 januari 2022, nrs. 20/00677 tot en met 20/00679, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nrs. SHE 18/2544, 19/475 en 19/476) betreffende de ten aanzien van belanghebbende opgelegde aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing voor het jaar 2017 en de aanslagen watersysteemheffing en zuiveringsheffing voor het jaar 2018.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Zowel het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, vertegenwoordigd door [P 1], als de Minister van Justitie en Veiligheid, vertegenwoordigd door [P 2], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2023.



ECLI:NL:GHSHE:2022:44.