Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:967
2022-06-28
Strafrecht
21/03342
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:967 → ECLI:NL:GHSHE:2021:2657 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:967 → ECLI:NL:PHR:2022:465
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (art. 141.1 Sr). Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat sprake was van “in vereniging” openlijk geweld plegen? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (32)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2514 Gerechtshof Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2323 Gerechtshof Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2321 Gerechtshof Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2318 Gerechtshof Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:220 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:218 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:219 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:1232 Rechtbank Gelderland 13-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19597 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19596 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19602 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19599 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19605 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19612 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19613 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19614 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19608 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19615 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19594 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19601 Rechtbank Den Haag 26-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15038 Rechtbank Den Haag 23-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15043 Rechtbank Den Haag 23-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15017 Rechtbank Den Haag 23-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11227 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11232 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11219 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11226 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11225 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11224 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11228 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11229 Rechtbank Den Haag 19-07-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:43 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.760 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03342 J
Datum 28 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2021, nummer 20-002857-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2022.
STRAFKAMER
Nummer 21/03342 J
Datum 28 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2021, nummer 20-002857-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2022.