Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:821
2022-06-03
Civiel recht
21/01248
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:821 → ECLI:NL:GHARL:2020:10680 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:821 → ECLI:NL:PHR:2022:161 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Zorgplicht onderwijsinstelling bij vinden stageplaats; inspanningsverplichting; tekortkoming; causaal verband, art. 6:98 BW. Ingebrekestelling; blijvende onmogelijkheid, art. 6:74 lid 2 BW. Klachtplicht, art. 6:89 BW; exoneratiebeding; beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.416 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01248
Datum 3 juni 2022
ARREST
In de zaak van
STICHTING BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE OOST-GELDERLAND, handelende onder de naam het GRAAFSCHAP COLLEGE,gevestigd te Doetinchem,
EISERES tot cassatie,
hierna: het Graafschap College,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/226534/HA ZA 18-569 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019 en 29 januari 2020;
de arresten in de zaak 200.278.047 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 augustus 2020 en 22 december 2020.
Het Graafschap College heeft tegen het arrest van het hof van 22 december 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor het Graafschap College toegelicht door haar advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Graafschap College heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt het Graafschap College in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01248
Datum 3 juni 2022
ARREST
In de zaak van
STICHTING BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE OOST-GELDERLAND, handelende onder de naam het GRAAFSCHAP COLLEGE,gevestigd te Doetinchem,
EISERES tot cassatie,
hierna: het Graafschap College,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/226534/HA ZA 18-569 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019 en 29 januari 2020;
de arresten in de zaak 200.278.047 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 augustus 2020 en 22 december 2020.
Het Graafschap College heeft tegen het arrest van het hof van 22 december 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor het Graafschap College toegelicht door haar advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Graafschap College heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt het Graafschap College in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022.