Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:703
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:703 → ECLI:NL:PHR:2022:368
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Medeplichtigheid aan medeplegen moord, meermalen gepleegd (art. 2:262 jo. 1:124 SrC) en omkoping ambtenaar (art. 2:128 SrC). Schietpartij met automatische vuurwapens buiten de aankomsthal van luchthaven Hato in Curaçao, waarbij twee personen om het leven zijn gekomen en meerdere omstanders gewond zijn geraakt. Verdachte verstrekt informatie op basis waarvan de schutters weten met welke vlucht hun doelwit op Hato zal landen. 1. Bewijsklacht voorbedachten rade schutters. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 15 jaren). Kon hof aan verdachte hogere straf opleggen dan de straffen die zijn opgelegd aan twee medeverdachten die wegens medeplegen van de moorden zijn veroordeeld? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met HR:2018:32, HR:2018:34 en HR:2018:36.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.830 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/03070 C
Datum 14 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 februari 2021, nummer H 208/19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.