Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:692
2022-05-17
Strafrecht
20/03992
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:692 → ECLI:NL:GHDHA:2020:2343
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:692 → ECLI:NL:PHR:2022:315
Inhoudsindicatie
Verlaten plaats ongeval (art. 7 lid 1 WVW 1994). Post-Keskin. Afwijzing herhaalde verzoeken een getuige van het ongeval te horen. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2025:722 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:611 Parket bij de Hoge Raad 11-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:345 Parket bij de Hoge Raad 26-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:654 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:14 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1235 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1083 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1088 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:922 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:592 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.738 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03992
Datum 17 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 december 2020, nummer 22-005305-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.
STRAFKAMER
Nummer 20/03992
Datum 17 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 december 2020, nummer 22-005305-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.