Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:610
2022-04-22
Bestuursrecht; Belastingrecht
20/04016
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:610 → ECLI:NL:CRVB:2020:2609
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2020:2609 Centrale Raad van Beroep 22-10-2020
Geciteerd door (50)
- ECLI:NL:HR:2026:564 Hoge Raad 24-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:86 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:86 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1324 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1325 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1324 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1326 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1324 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1774 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25-06-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:653 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-03-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:598 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 05-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4089 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4088 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4090 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4080 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4079 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4087 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4077 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6688 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-10-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6694 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-10-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6687 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-10-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6690 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-10-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2024:2958 Rechtbank Noord-Nederland 30-07-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:1489 Centrale Raad van Beroep 18-07-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:1489 Centrale Raad van Beroep 18-07-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1032 Gerechtshof Den Haag 19-06-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1032 Gerechtshof Den Haag 19-06-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:1223 Centrale Raad van Beroep 06-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21833 Rechtbank Den Haag 21-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18807 Rechtbank Den Haag 22-11-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1407 Hoge Raad 27-10-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2088 Gerechtshof Den Haag 26-10-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2077 Gerechtshof Den Haag 26-10-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2087 Gerechtshof Den Haag 26-10-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:5616 Rechtbank Gelderland 13-10-2023
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3981 Rechtbank Noord-Nederland 02-11-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3982 Rechtbank Noord-Nederland 02-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:929 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:904 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:930 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:930 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:930 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:931 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:904 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:867 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:867 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:867 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:929 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:929 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.865 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/04016
Datum 22 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X1] AG te [Z1] , Liechtenstein, [X2] te [Z2] , [X3] te [Z3] , [X4] te [Z4] , Duitsland, [X5] te [Z5] , [X6] te [Z6] , [X7] te [Z7] , [X8] te [Z8] , [X9] te [Z9] , [X10] te [Z10] , [X11] te [Z11] , [X12] te [Z12] , [X13] te [Z13] , [X14] te [Z14] , [X15] te [Z14] , [X16] te [Z15] , [X17] te [Z16] , [X18] te [Z17] , [X19] te [Z18] , [X20] te [Z19] , [X21] te [Z20] , [X22] te [Z21] , [X23] te [Z22] , [X24] te [Z23] , [X25] te [Z24] , [X26] te [Z25] , [X27] te [Z26] , de erfgenamen van [X28] , [X29] te [Z27] , [X30] te [Z26] , [X31] te [Z27] , [X32] te [Z13] , [X33] te [Z28] , [X34] te [Z13] , [X35] te [Z5] , [X36] te [Z29] , en [X37] te [Z30] , allen domicilie gekozen te [Z31] (hierna: belanghebbenden)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 oktober 2020, nr. 19/1107 AOW e.v., op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 18/2903 e.a.) betreffende besluiten inzake de voorlopige vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden, vertegenwoordigd door M.J. van Dam, hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
ECLI:NL:CRVB:2020:2609.
BELASTINGKAMER
Nummer 20/04016
Datum 22 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X1] AG te [Z1] , Liechtenstein, [X2] te [Z2] , [X3] te [Z3] , [X4] te [Z4] , Duitsland, [X5] te [Z5] , [X6] te [Z6] , [X7] te [Z7] , [X8] te [Z8] , [X9] te [Z9] , [X10] te [Z10] , [X11] te [Z11] , [X12] te [Z12] , [X13] te [Z13] , [X14] te [Z14] , [X15] te [Z14] , [X16] te [Z15] , [X17] te [Z16] , [X18] te [Z17] , [X19] te [Z18] , [X20] te [Z19] , [X21] te [Z20] , [X22] te [Z21] , [X23] te [Z22] , [X24] te [Z23] , [X25] te [Z24] , [X26] te [Z25] , [X27] te [Z26] , de erfgenamen van [X28] , [X29] te [Z27] , [X30] te [Z26] , [X31] te [Z27] , [X32] te [Z13] , [X33] te [Z28] , [X34] te [Z13] , [X35] te [Z5] , [X36] te [Z29] , en [X37] te [Z30] , allen domicilie gekozen te [Z31] (hierna: belanghebbenden)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 oktober 2020, nr. 19/1107 AOW e.v., op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 18/2903 e.a.) betreffende besluiten inzake de voorlopige vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden, vertegenwoordigd door M.J. van Dam, hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
ECLI:NL:CRVB:2020:2609.