Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:378
2022-03-18
Civiel recht
21/00451
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:378 → ECLI:NL:GHDHA:2020:2500 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:378 → ECLI:NL:PHR:2022:43 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Belastingzaak. Informatieplicht art. 47 AWR; dwangsom; vraag of belastingplichtige over informatie beschikt of redelijkerwijs kan beschikken; motivering.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2025:1358 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1359 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1360 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.461 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00451
Datum 18 maart 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: T. van Malssen,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst),zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Belastingdienst,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/585947 / KG ZA 19/1257 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 18 februari 2020;
het arrest in de zaak 200.275.624/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 december 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Belastingdienst heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Belastingdienst toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Belastingdienst begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 maart 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00451
Datum 18 maart 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: T. van Malssen,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst),zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Belastingdienst,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/585947 / KG ZA 19/1257 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 18 februari 2020;
het arrest in de zaak 200.275.624/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 december 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Belastingdienst heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Belastingdienst toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Belastingdienst begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 maart 2022.